Content voor Ingelogde Gebruikers

Erik Franke: stedeling op het platteland

De Ottolandse architect Erik Franke heeft wel wat met het dorp waar hij in 1974 neerstreek: de kneuterigheid, de gezellige roddels, het gemauw, de sociale controle. En vooral de harmonie waarin het landerige leventje zich voltrekt.

Ook dit is een reden waarom hij brak met de grote stad. Ottolanders zijn geen grijze muizen, maar stuk voor stuk mensen met typische eigenaardigheden. Franke genoot. Van de dorpstimmerman die in zijn werkplaats z’n meubeltjes verspijkerde, het petroleumvrouwtje, de aartsnieuwsgierige buurvrouw, de kruidenier bij wie je ’s avonds nog even achterom een kratje bier kon halen, de schilderbroertjes die op hun negentigste nog op de ladder stonden, die gereformeerde boer die meeliep in een demonstratie tegen kernwapens. Maakte je in Middelburg niet mee. Franke, nu een gevierd architect die opzien baart met moderne zonnewoningen en kleurrijke moskeeën, is een bewonderaar van het sleetse landschap met z’n scheefgezakte schuurtjes en de erven die lang niet zo keurig zijn aangeharkt als de tuintjes van de door de ‘petit bourgeois’ bewoonde forenzenwijken. Franke is een trouw bewonderaar van de polder, van de erven die dienen als natuurlijke overgang van woning naar wetering, tot de stegen, de akkerlandjes, de moestuinen en de weilandjes voor het jongvee. Z’n imago blijft met z’n bedachte arrogantie, dat kekke brilletje en de trendy sjaal onmiskenbaar stads.

Smaakvol poenerig, zou je kunnen zeggen. Al waren er tijden, dertig jaar geleden of zo, dat hij het nog niet zo breed had en het nog met een rafelige slobbertrui en een tot op het bot versleten trainingsbroek moest doen.

Hij kwam van de stad naar de polder. Woonde de eerste jaren voor een habbekrats in een oud huis, midden in het dorp, waar het sociale leven zich afspeelde. Had wat linksige ideeën en hield zich niet altijd aan de mores van het kerkdorp. Ottolanders keken vreemd op als in huize Franke op zondag gordijnen werden opgehangen. Maar al was hij een stedeling, nooit voelde hij zich een buitenstaander. Hij hielp een boer verderop bij het hooien en hij was erbij als er een kalfje of geitje werd geboren. Daar, in de stallen, hoorde hij de echte verhalen. Ottolanders, hij maakt ze mee als harde werkers en uitermate kleurrijk.

Mensen ook, die niet altijd het achterste van hun tong laten zien. ‘Er zit een soort zwaarmoedigheid in de volksaard. Alsof ze het leven als een last ervaren.’ De sympathieke Frank was niet de enige stedeling. In het dorp waren twee communes die wel met argusogen werden bekeken. Wie slaapt in welke slaapkamer was de vraag als de gordijnen ’s avonds toe gingen? Leefgemeenschappen, daar ze het vast niet zo nauw nemen met de zeden. Dacht Ottoland. Franke was in elk geval keurig getrouwd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar boven