Content voor Ingelogde Gebruikers

De ontspoorde Molukse jeugd

Molukse jongeren hadden het niet makkelijk in de jaren tachtig: torenhoge werkloosheid, drugs, sociale onrust en zelfs criminaliteit. “Om te spreken over een verloren generatie is misschien wat sterk uitgedrukt, maar het was wel een generatie die tussen wal en schip belandde”, zegt Wim Manuhutu, opgegroeid in Leerdam en groot kenner van de Molukse geschiedenis.

Wim Kipuw

Wim Kipuw

“In de jaren zestig hadden de Molukkers bijna allemaal een baan. Kinderen van de KNIL-militairen gingen bijna zonder uitzondering naar de ambachtsschool of de huishoudschool. Na school gingen ze werken in de bouw, de zware metaal, op scheepswerven. Vaak in ploegen. Heel veel van hen konden aan de slag als lasser. Het waren heel handige jongens.”

Ontslagen
Halverwege de jaren zeventig begon de situatie drastisch te veranderen. Manuhutu: “Er vallen dan ontslagen bij de grote scheepswerven. De zware metaal verdwijnt vrijwel geheel uit Nederland.”

Maar er speelt nog iets anders, weet Manuhutu: “Je ziet in die jaren ook de politieke spanningen oplopen. In 1970 bezetten Molukse jongeren de Indonesische ambassade in Wassenaar. In 1975 volgt de eerste treinkaping, in 1977 gevolgd door de treinkaping bij Bovensmilde. In 1978 wordt het provinciehuis van Assen bezet. Dat zijn allemaal factoren die ertoe hebben geleid dat de kansen op de arbeidsmarkt voor Molukkers nog moeilijker werden. Die zorgden er ook voor dat het klimaat in de wijk er niet beter  op werd.”

Kentering
Molukse jongeren zijn in de jaren zeventig minder gezagsgetrouw, komen vaker in opstand tegen hun strenge ouders. “Ze gaan ook volop deelnemen in de jeugdcultuur”, zegt Wim Manuhutu. “Je ziet het aan hun kleding: lang haar, velen met een Afrokapsel. Ze gaan zich anders gedragen.” En ook niet onbelangrijk: ze waren ook bereid om actie te voeren. RMS Veel Molukkers in Nederland betoonden in die jaren openlijk hun steun aan het ideaal van de Republiek der Zuid-Molukken, de RMS.

Treinkapers
Manuhutu: “In 1977 bestond onder Molukse jongeren -ook in Leerdam- behoorlijk wat sympathie voor de treinkapers. Dat zag je bij de begrafenis van één van de jongens, die bij de bestorming van de trein was omgekomen. Het werd een grote manifestatie, met duizenden Molukkers uit het hele land. Leerdam was vertegenwoordigd met drie bussen. Er was een groot gevoel van solidariteit.” “Molukkers blijven altijd solidair”, zegt Wim Kipuw, die zich enorm heeft ingezet voor de Molukse jeugd in die jaren. “Wat er ook gebeurt. Als de zoon van mijn vriend verslaafd raakt, dan is de gedachte: ‘het blijft wel mijn vriend.’”

Op het verkeerde pad
Ook jongeren die het verkeerde pad op gaan, worden altijd weer opgenomen in de Molukse gemeenschap. Kipuw: “Er is soms best wel eens wat onenigheid tussen de Molukkers. Maar op het moment dat anderen zich tegen ons keren, dan is iedereen één. Er zijn hier politie-invallen geweest. Dat werkt als een rode lap op een stier. Dat heb je ook weer gezien met de rellen tussen Molukkers en de Turken en Somaliërs. Dan hebben Molukkers zoiets van: blijf van ons af. Ga niks proberen, want je krijgt alles over je dak. En blijf vooral van de kerk af.”

Spanning in de wijk
Door de treinkaping veranderde ook de sfeer in de Molukse wijk. Manuhutu: “Treinreizigers worden bang als een Molukker de trein binnenstapt. De Molukse wijk moest ‘s nachts worden bewaakt. De mensen waren echt bang dat er iets zou kunnen gebeuren.”

“Molukse jongeren kwamen in die jaren nergens meer aan de bak”, zegt Wim Kipuw. De nu 64-jarige wijkbewoner werkte jarenlang als docent bij vormingscentrum Lingerak later het Da Vinci College en was heel actief binnen de (Molukse) wijkraad. “Ik denk dat op z’n hoogtepunt ruim zestig procent van de jongeren zonder werk zat.”

Werkloosheid

Kipuw schreef in 1988 in het kader van zijn studie ‘Multi Etnische Studies’ aan de Haagse Hogeschool een scriptie over de werkloosheid onder Molukkers. De hoge werkloosheid had verschillende oorzaken: onderwijsachterstand, het relatief hoge aantal ‘drop outs’ in het middelbaar onderwijs, de tweetalige opvoeding. Er waren vaak moeilijkheden bij sollicitaties. Bovendien hadden jongeren van hun ouders meegekregen dat de Nederlandse overheid voor ze moest zorgen. Die mentaliteit werd overgenomen door de jonge generatie.”

Discriminatie
Maar de hoge werkloosheid had ook te maken met pure discriminatie bij werkgevers, zegt Kipuw “Ik heb destijds samen met iemand van Nederlandse afkomst een test gedaan. Op het moment dat er ergens een vacature was, gingen we langs bij de werkgever. Als ik naar binnenging, was het al gauw: ‘neen, er is al voorzien in de vacature’. Even later ging de Hollander solliciteren en die werd met open armen ontvangen: ‘Okay, wanneer kun je beginnen? ’”

De Molukse jongeren liepen in de jaren tachtig de deur plat bij de Sociale Dienst, zegt Kipuw. “De een had geldtekort, bij de ander was de uitkering niet gestort. Sommige zeiden op een gegeven moment: ‘laat maar zitten, joh!’, ik ga ook niet meer zoeken.”

Een gevolg van de werkloosheid was dat veel Molukse jongeren drugs gingen gebruiken. Kipuw: “Je hoorde jongeren zeggen: ‘wat moet ik anders?’ Hoe ze aan geld kwamen? Makkelijk zat. Er werd veel ingebroken.”

Projecten
Vanaf 1982 komt de Rijksoverheid met gerichte werkgelegenheidsprojecten voor Molukse werkzoekenden. De bedoeling is de arbeidsmarktpositie van de Molukkers te bevorderen. Later volgt het zogenaamde 1000-banenplan. De gemeente Leerdam is één van de deelnemende gemeenten. Kipuw: “De bedoeling was om de Molukse werklozen weer in een werkritme te krijgen, zodat ze weer een gewone reguliere baan zouden kunnen krijgen. Ze hielpen mee met beschoeiing van sloten en singels, ze waren actief bij de renovatie van de Houtloods Holland, de parkeerplaats van Leerdam Sport werd opnieuw betegeld. En natuurlijk hebben veel Molukse jongeren meegewerkt aan de bouw van het stichtingsgebouw. Ik schat dat van degenen die hebben meegedaan aan deze werkgelegenheidsprojecten uiteindelijk een derde daar een baan aan over heeft gehouden.”

De situatie is daarna langzaam verbeterd. Kipuw: “Het is soms heel simpel Je ziet bijvoorbeeld dat werkloze jongeren een meisje krijgen. Ze trouwen, krijgen kinderen. En dan moet je wat.” Uiteindelijk hebben de meeste jongeren in die tijd toch wel ergens een baan gevonden. “Met hun kinderen gaat het een stuk beter. Die hebben goede banen. Wat dat betreft is er in dertig jaar veel verbeterd.”

Wijkraad
Kipuw deed jarenlang vrijwilligerswerk voor de Wijkraad. Hij vocht als een leeuw voor de belangen van zijn bevolkingsgroep “Het was vrijwilligerswerk, maar het eiste heel veel. Op den duur ken je alle problemen in de wijk. We haalden heel wat op onze hals. We hielpen mensen actief bij het invullen van de formulieren voor de kinderbijslag of bij het aanvragen van een uitkering. Ook stonden we mensen bij  op het moment dat ze huurachterstand hadden. Of nog erger: als ze uit hun huizen dreigden te worden gezet of het gas en licht  afgesloten werd.”

De wijkraad was de officiële gesprekspartner van de gemeente. “Regelmatig zaten we op het stadskantoor met de burgemeester om tafel. Je moest niet bang zijn. Het is ook voorgekomen dat we de burgemeester midden in de nacht belden en direct een spoedoverleg eisten. De burgemeester zei dan: ‘ik kom alleen m’n bed uit als het stadskantoor in de fik staat.’ Dan zeiden wij: ‘als u niet komt, dan gaat dat inderdaad gebeuren.’”

Kipuw: “Voor ons was belangrijk dat de gemeente z’n afspraken nakwam. Dan zeiden we: ‘Onze ouders zijn bedonderd. Laat het daar bij blijven. Bedonder ons niet. Als je iets belooft, moet je het ook doen. Daar waren wij heel stellig in.”

André Bijl/Dick Aanen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar boven